Ik kom er steeds meer achter wat er werkelijk toe doet wanneer ik mensen begeleid.
Of dat nu is in de tandartsstoel, in mijn rol als integraal mondhygiënist, of tijdens een sessie in mijn rol als lichaamsgericht psychosociaal therapeut.
In de tekst gebruik ik verder de term begeleider; daarmee bedoel ik ook therapeut, hulpverlener of mondzorgverlener.
Recent luisterde ik een podcast met Jim van Os, Nederlandse psychiater, hoogleraar psychiatrische epidemiologie bij het UMC Utrecht en een prominente voorvechter van de Nieuwe GGZ. Hij pleit voor een meer herstelgerichte en mensgerichte benadering van psychisch lijden, waarin de subjectieve ervaring en zelfregie van de cliënt centraal staan.
Wat mij raakte, was dat hij vertelde dat het niet zozeer de therapie zelf is, of deze nu evidence based is of niet, die het grootste positieve effect heeft.
De belangrijkste factor blijkt de verbinding te zijn die iemand ervaart met de begeleider (of wel genoemd therapeut of hulpverlener).
Echt contact dus.
En dat contact begint niet bij een methode of techniek, maar bij de begeleider zelf.
Hoeveel bewustzijn heb ik op mijzelf als begeleider?
Op mijn emoties, gedachten en sensaties in het lichaam als ik in contact ben met mijn cliënt?
Ik merk dat cliënten vaak goed voelt of ik echt aanwezig is, ontspannen en gegrond. Net als een kind dat het haarfijn aanvoelt bij de ouder als die niet echt met de aandacht aanwezig is.
Wanneer ik hier bewust aandacht aan besteed, dat de persoon tegenover ik zich echt durft te laten zien. Dan kunnen er dingen gedeeld en ervaren worden die iemand niet eerder heeft durven delen. Dat opent iets vanbinnen.
Soms gaat dat gepaard met tranen.
En dat is mooi dat het kan.
Ik noem dit ook wel “smelttranen”. Tranen die ontstaan wanneer iets wat zich lange tijd heeft vastgezet of geblokkeerd in het lichaam, langzaam mag ontdooien. Een verzachting van binnenuit.
Dit raakt voor mij aan de kracht van co-regulatie. Het bieden van bedding en veiligheid, niet zozeer door wat ik doe, maar dat ik aanwezig ben, vanuit een gereguleerd zenuwstelsel, zoals een kind warmte en veiligheid ervaart bij zijn of haar verzorger.
Vanuit verbinding ontstaat vertrouwen.
Vanuit vertrouwen ontstaat ontspanning in het autonome zenuwstelsel.
Dan is er écht en diep contact met zichzelf.
Door meer zelfrust in te bouwen in mijn werkschema ben ik vooral geïnspireerd door collega’s die als therapeuten binnen de complementaire zorg werken. Veel collega’s plannen bewust tijd tussen elke cliënt. Tijd om weer in zichzelf te landen, te reguleren en vanuit een ontspannen staat de volgende ontmoeting voor te bereiden. Dit is meer vanzelfsprekend voor mijn werk als therapeut dan als mondhygiënist. In de meeste tandartspraktijken is dit namelijk niet gebruikelijk. Volle agenda’s, waarbij de ene cliënt na de andere wordt behandeld, met slechts korte pauzes tussendoor en vaak geen moment om even bijvoorbeeld een frisse neus te halen. Iets wat ik inmiddels in de tandartspraktijk waar ik werkzaam ben heb aangepast. En wat een verschil dat maakt! Niet alleen in mijn eigen energie aan het einde van de dag, maar vooral in de aandacht en aanwezigheid waarmee ik bij mijn cliënt kan zijn.
Het begint niet bij een protocol.
Niet bij een diagnose.
Het begint bij mens tot mens contact.
Bij aanwezigheid, bij afstemming, bij écht contact. Bij het gevoel dat je gezien en gehoord voelt zonder oordeel.
Wat daarna komt, kan dan ook beter gedragen en ontvangen worden door de client.
In verbinding,
Ingrid Omlo
